Nationale Plantentuin van België

 Er groeit iets in Meise!

Congo River 2010 | Français

Een expeditie op de Congostroom

In april 2010 ondernam een multidisciplinair onderzoeksteam een grote boottocht op de Congostroom. Medewerkers van de Universiteit van Kisangani, het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, de Nationale Plantentuin van België en verschillende andere Congolese, Belgische en internationale onderzoeksinstellingen sloegen de handen in mekaar om in het Congobekken de schat van fauna en flora te registreren, te inventariseren en geologische en hydrologische metingen uit te voeren.

naar de officiële site congo2010.be

Christine Cocquyt van de Plantentuin was voor de expeditie leader van het botanisch team dat samengesteld is uit wierspecialisten, paddenstoeldeskundigen, mos- en korstmosonderzoekers en natuurlijk ook ‘echte’ plantkundigen. Zelf is ze gespecialiseerd in kiezelwiertjes. Dit zijn eencellige wiertjes die de helft van alle zuurstof van onze planeet produceren. Ze werkt al 31 jaar op Afrikaanse kiezelwieren en werd verliefd op het continent toen ze 11 jaar in Burundi doorbracht.

“Er zijn twee doelen bij deze expeditie”, benadrukt ze. “Zoveel mogelijk nieuw onderzoeksmateriaal verzamelen. Voor kleinere organismen is deze regio een volledig witte vlek op de wetenschappelijke wereldkaart. Voor kiezelwiertjes en korstmossen is naar schatting hooguit 10 % van de soorten daar gekend. Er zullen dus zeker nieuwe soorten ontdekt worden. Het tweede doel was onze wetenschappelijke kennis en manier van werken te delen met onze Congolese collega's. We hielpen hen op weg om zelfstandig de biodiversiteit van hun land te onderzoeken en te bewaren. Kiezelwiertjes leven in het water en groeien met de energie van de zon. Ze worden gegeten door kreeftjes. Deze worden door vissen gegeten die dan weer door de plaatselijke bevolking gegeten worden. De wiertjes liggen dus aan de basis van de voedselketen. Bovendien zijn ze excellente bio-indicatoren, net als de korstmossen in het woud, die in feite samenlevingsvormen zijn van een schimmel en een wiertje of een bacterie. Het voorkomen of verdwijnen van bepaalde soorten wijst op een zuivere of vervuilde omgeving. Deze schijnbaar onbelangrijke organismen zijn een gezondheidsbarometer van de Congostroom.”

De 6 onderzoekers van de Plantentuin tijdens de expeditie waren:

  • Christine Cocquyt, specialiteit kiezelwieren
  • Myriam de Haan, specialiteit slijmzwammen
  • Steven Dessein, specialiteit bloemplanten
  • Thomas Janssen, specialiteit varens
  • Dries Van den Broeck, specialiteit korstmossen
  • Bart Würsten, specialiteit bloemplanten

Bilan van de expeditie 

Juni 2010, de wetenschappers die deelgenomen hebben aan de expeditie op de Congostroom zijn weer terug thuis. Christine Cocquyt, de teamleader van de plantkundigen kijkt tevreden terug. “Het was een fantastische en zeer geslaagde expeditie. We hebben honderden soorten ingezameld en meer dan duizend stalen genomen, bijvoorbeeld DNA-materiaal van planten. Alles onderzoeken zal zeker nog enkele jaren vergen want  we hebben een schat aan gegevens over de Congolese biodiversiteit verzameld.”

Een succesvolle expeditie

Zes weken lang hebben onderzoekers van het Museum voor Midden-Afrika, het Museum voor Natuurwetenschappen, de Nationale Plantentuin en de Universiteit van Kisangani samengewerkt. “Het was een fantastische expeditie en alles was prima georganiseerd.” zegt Dries Van den Broeck. Hij is gespecialiseerd in korstmossen[i] en heeft 600 verschillende soorten verzameld voor zijn onderzoek. “Als je bedenkt dat er slechts 185 soorten voor heel Congo gekend waren, dan kan het niet anders dan dat er nieuwe soorten bij zullen zitten.”

Tientallen nieuwe soorten

Ook de andere onderzoekers zijn erg tevreden. Myriam de Haan, een slijmzwammenspecialist, heeft 140 slijmzwammen[ii] gevonden die tot minstens 40 verschillende soorten behoren. Het zijn stuk voor stuk nieuwe waarnemingen voor dit gebied want ze werden er gewoonweg nooit eerder bestudeerd. Ook in de 380 nog te onderzoeken waterstalen met kiezelwieren[iii], die de onderzoekers verzameld hebben, schuilen zeker nog verrassingen.

In totaal werden verder 1 200 DNA-stalen van planten verzameld en 3 000 foto’s gemaakt van plantensoorten die tot op vandaag erg slecht gedocumenteerd waren. Van vele plantensoorten had men immers nog nooit vruchten of bloemen gezien en die zijn nochtans cruciaal voor het bestuderen van bloemplanten. Deze foto’s worden geïntegreerd in de digitale Flora van Centraal Afrika, een interactief systeem dat de Nationale Plantentuin uitbouwt om alle planten van Centraal-Afrika te kunnen identificeren. http://www.plantentuinmeise.be/RESEARCH/DATABASES/FOCA/index.php

Een versterkte samenwerking tussen Belgische en Congolese onderzoekers

Door deze expeditie wordt het plantenonderzoek van de regio onmiddellijk op een hoger niveau getild. Tijdens de wekenlange samenwerking werden de banden tussen de Belgische wetenschappers en de onderzoekers van het herbarium van Yangambi en de universiteit van Kisangani sterker en concreter. De Belgische onderzoekers stonden vaak verbluft van de veldkennis van hun congolese collega’s. Ook de interdisciplinaire aanpak waarbij plantkundigen, dierkundigen, geologen en geografen wekenlang samen optrokken,  werd erg gewaardeerd en zal zeker leiden tot intensere samenwerkings-verbanden in België en in Congo.

Het biodiversiteitscentrum dat in Kisangani gebouwd wordt tegen eind 2011 en het heropstarten en renoveren van het herbarium van Yangambi, waaraan de Plantentuin reeds volop werkt, zijn twee mooie voorbeelden van deze internationale samenwerking.



[i] Korstmossen zijn een samenlevingsvorm tussen een schimmel en een wier of een bacterie. Het zijn zeer goede bioindicatoren die gebruikt worden om luchtvervuiling te meten.

[ii] Slijmzwammen of myxomyceten zijn een vreemde groep levende wezens tussen bacterieën en schimmels in. Het zijn modelorganismen voor biochemisch onderzoek naar bijvoorbeeld de ontwikkeling van kankercellen.

[iii] Kiezelwieren of diatomeeën zijn eencellige wiertjes. Ze zijn zeer gevoelig voor watervervuiling en worden als bioindicator in milieuonderzoek gebruikt.


Hieronder het dagboek, opgetekend door teamleader Christine Cocquyt

Dinsdag 8 juni

Van de laatste voormiddag in Kisangani gebruikt gemaakt om de kathedraal te bezoeken. Ook Dries en Thomas vonden dit een prima idee. De priester bleek een neef te zijn van één van de Congolese botanisten, Christophe Lomba.

Na loze geruchten dat er staking zou zijn op de luchthaven van Kinshasa, zijn we goed vertrokken vanuit Kisangani. Met vier vertrokken we vanuit Kinshasa via Parijs terug naar België: We hadden de ganse expeditie meegemaakt. Natuurlijk was het te mooi om waar te zijn dat we zonder problemen konden vertrekken: onze Deense herpetoloog Jos zijn ticket bleek niet bevestigd te zijn. De enige mogelijkheid om toch te kunnen vertrekken was het kopen van een nieuw ticket. Jos was een van de laatste die de vertrekhal betrad, maar nog op tijd om op het vliegtuig te stappen. Anne en ik hebben onszelf getracteerd op een glaasje champagne als aperitief en een wijntje bij het avondeten. We vonden dat we dit wel verdiend hadden!

Maandag 7 juni

Zalig om terug in een bed te slapen. Maar het lag zo goed dat ik eigenlijk niet goed geslapen heb: teveel genoten van het heerlijke gevoel terug in een echt bed te liggen. Met de taxi-velo naar de Universiteit van Kisangani gereden, wat geen deugd deed aan mijn staartbeentje. Temeer daar mijn chauffeur eerst naar de Faculté de Pédagogie gereden was ipv naar de Faculté des Sciences. En die faculteiten lagen aan tegenovergestelde kanten van de stad. Ook Dries was eerst in een verkeerde faculteit beland. Een rondleiding op de campus werd verzorgd door Prof. Maté, en ik heb een blik kunnen werpen op de microscopen die eventueel voor een practicum algologie zouden kunnen gebruikt worden. Na het middagmaal genuttigd te hebben ten huize van Henri-Victor Udar, en het kopen van een bedankingsgeschenk, terug naar het hotel waar om 16 uur een voetbalmatch tussen de expeditie-leden en de leden van de lokale Totalteam plaatsvond. Normaal kijk ik niet naar voetbal, maar deze keer was het wel boeiend en bovendien spannend. Vlijtig Driesje ontpopte zich waarlijk als een bijna professionele keeper. Maar dit mocht niet baten: verloren met 1 – 3.

’s Avonds was het de plechtige afsluiting van de Boyekoli Ebali 2010-expeditie met de gebruikelijke speeches en ook de traditionele dansen mochten niet ontbreken. 

Zondag 6 juni

Kisangani is niet veraf meer. De spanning onder de Congolezen stijgt. En hun emoties voor de thuiskomt zijn niet meer te temperen. Ze staan te dansen en te zingen op het dak van beide boten. De megafoon wordt zelfs bovengehaald (de eerste keer tijdens de expeditie) om de mensen aan wal mede te delen dat de expeditie goed verlopen is en we allen veilig en wel terug zijn. Even na de middag komen we aan in de haven waar een kleine delegatie ons opwacht. En ook tijd voor een laatste groepsfoto, genomen door de fotograaf van dienst Chris Pannecoucke.

Zaterdag 5 juni

Zelfs 5 minuten voor tijd vertrokken. Om 8 uur ’s morgens stonden we de bewoners van Leiki ons uit te zwaaien. Het veldwerk van de expeditie zit erop. Wacht nu nog een lange vaarroute tot in Kisangani, met een laatste nachtje slapen op de Go Congoboot. En maar hopen dat we niet vastlopen op een zandbank want de laatste dagen is het waterpeil van de Lomamirivier met 10 cm per dag aan het dalen.

Vrijdag 4 juni

Nog even op stap geweest, ongeveer 3 uur, met Koen Martens en Hilde Keunen. Terug enkele myxo’s gevonden. Dus werk aan de winkel in de namiddag en het stoofje kan pas morgenvroeg afgebroken worden. Hilde liep de hele tijd te praten of te zingen. Dus op de laatste dag in het veld niet echt kunnen genieten van de tropische geluiden in de verwilderde oliepalmplantage. Op de terugweg de restanten van een oude palmoliefabriek bezocht. Onze gids Jean-Pierre heeft met de machete een weggetje moeten banen om er te geraken.

Donderdag 3 juni

Een ganse dag gepakt en inventaris gemaakt van alle materiaal dat naar België zal verscheept worden en het materiaal dat in Kisangani blijft voor het Biodiversiteitscentrum. Gelukkig wat hulp gehad van Steven.

Woensdag 2 juni

Christophe Lomba, de botanist die momenteel de cursus algologie moet verzorgen aan de UNIKIS, heeft vandaag deelgenomen aan de algologische staalname op de Congostroom en op de Lomamiriver dichtbij de monding in de Congostroom. Van de gelegenheid gebruik gemaakt om in Isangi aan land te gaan om iets te gaan drinken en om ons middageten te kopen op de markt: brood en bananen. Bij het ontbreken van Coca Cola of Fanta maar een Vitalo genomen. Gevolg: mijn tanden en lippen zagen roze van deze grenadinedrank.

Dinsdag 1 juni

Zeer moe opgestaan en maar een kleine uitstap ondernomen van een 3-tal uur niet ver van het dorp, richting Isangi. Toch enkele myxo’s gevonden en wat waterstalen genomen in een overwoekerde oliepalmplantage en in het moerasbos.

Maandag 31 mei

Met Koen Martens het terrestrisch transsect gaan verkennen nabij het 'dorpje' Yafira (slechts een 2-tal hutjes groot). Henri-Victor Udar is niet komen opdagen. In de loop van de namiddag is hij zich wel komen verontschuldigen dat hij niet op de afspraak was. De dag ervoor was hij al het transsect gaan bemonsteren wat paddenstoelen betreft. Niet slecht voor myxomycetes: 8 specimens ingezameld. Op algologisch vlak was het minder, slechts 4 stalen. Terug in het tentenkamp aangekomen bleek dat Vera, de benjamin van de expeditie, terug slechter is geworden: krampen en diarree. Vermoedelijk een mix van amoeben en malaria. Uiteindelijk kan ze toch overhaald worden om naar de mediaboot te verhuizen om daar te gaan rusten in één van de geaircondioneerde containers met echte bedden.

Zondag 30 mei

Om acht uur gaat Koen Martens molluskenstalen nemen op de plaats van het aquatisch transsect. Nadien komt hij me met de prauw ophalen. Doel van de dag: staalname in de Lomamirivier, en het zijriviertje Botima Embole en in de omgeving van het dorpje Ilambi. In de late namiddag staat de staalname van het aquatisch transsect op het programma.

Zaterdag 29 mei

Op stap voorbij het dorp Leiki, op de weg die leidt naar Kisangani. De groep bestond uit Koen Martens, Pierre-Denis Plisnier, Papi en Ernest, en de fotograaf Chris Pannecoucke. Enkele mooie waters met lotussen konden bemonsterd worden, alsook een bronnetje. Een doorsteek was niet te doen: teveel modder. Dat heeft Ernest ondervonden toen hij plots met zijn linkerbeen tot boven de knie in de modder wegzakte. Maar geen nood. Hij riep Koen Martens toe: “j’ai besoin de tes cents kilos”. Op de terugweg was ik vrij moe en heb ik gevraagd om eventjes te rusten. Ik had de indruk dat iedereen een kleine rustpauze erg op prijs stelde. Toevallig stond er een gesjorde bank in de schaduw van enkele struiken voor een huisje. De bewoners waren erg vriendelijk en hebben zelfs enkele stoelen uit hun huis gehaald zodat iedereen kon zitten. Wij hebben een pakje koekjes gegeven, en ook ééntje voor de kinderen. Bij het verder gaan ben ik gestruikeld (nochtans er lag niets op de weg om over te struikelen) en ben ik recht vooruit op het zandweggetje gevallen. Het tempo hebben ze nadien wat vertraagd en Papi heeft mijn rugzakje gedragen (moet wel opmerken dat Koen het even ervoor ook aangeboden had).

Vrijdag 28 mei

Met de prauw in de voormiddag stroomopwaarts de Lomamirivier gevaren naar Ilele. In de namiddag stroomafwaarts. Geen slecht dag voor diatomeeënbemonstering: 32 stalen van fytoplankton, benthos en epifyton op diverse planten zoals Eichornia crassipes, Vossia cuspidata, Commelina sp., Salvinia, Azolla, Ceratophyllum.

Donderdag 27 mei

Naast het terrestrisch transsect dat moet worden bepaald langsheen de Lomamirivier, moet er ook een aquatisch transsect uitgezet worden, dit in samenwerking met alle deelnemers die werken op aquatische milieus. De 'vismensen' zetten netten van verschillende maaswijdte uit evenwijdig met de oever. Nadat de plaats bepaald werd waar de netten in de late namiddag zouden uitgezet worden, was het aquatisch transsect vlug bepaald: aan het begin en aan het einde van de visnettenreeks, een staalname aan de oever, een staalname op ¼ afstand tot de oever, en een staalname in het midden van de rivier.

Woensdag 26 mei

Regelmatig wakker geworden tijdens de nacht maar gelukkig steeds vlug terug in slaap gevallen. Blijkbaar is de boot om middernacht aangemeerd in Isangi, maar daar heb ik niets van gemerkt (vermoedelijk door de oorstopjes waarmee ik steeds slaap). Rond zes uur opgestaan en ontbeten (een pannenkoek met één helft choco en één helft suiker). De formaliteiten in Isangi moesten worden vervuld, maar we mochten niet aan wal. Alles verliep vlot en rond tien uur waren we alweer onderweg. Deze keer naar de Lomamirivier, naar onze laatste kampplaats te Lieki waar we 9 werkdagen zullen verblijven.

Van het gsm-netwerkbereik geprofiteerd om naar Laetitia, Thibald en Gert te bellen. Met de botanisten de ijzeren koffers herschikt zodat het herbariummateriaal voor Meise naar de mediaboot kan verhuisd worden zodat er wat meer plaats op de Go Congoboot komt, want met al het ingezameld materiaal wordt de plaats op de reeds overvolle boot toch wat krap.

Even voor de middag kwamen we in Lieki aan. Eerst de tenten opstellen en dan pas het middagmaal. Maar best, het begon te regenen toen bijna alle tenten opgesteld stonden. Na het eten, en toen de regenbui over was werd er een kenniswandeling gemaakt. De expeditieleden werden verdeeld in 2 groepen: de terrestrische en de aquatische groep. Terug door het water moeten stappen met gevolg dat mijn stapschoenen terug door en door nat waren. De hoeveelste keer reeds? Alsof dit nog niet genoeg was kregen we er nog een regenbui bovenop. Gelukkig geen tropische plensbui!

Dinsdag 25 mei

Om vijf uur opgestaan, tentje afgebroken met de hulp van Bruno en Alexander, mijn tentburen. Om zes uur zouden de boten vertrekken richting Lieki op de Lomamirivier. Voor Congolese normen is alles vrij snel gegaan want om kwart over zes zetten de Go Congoboot en de Kisanganiboot hun vaart in. Voorbij Basoko de Congostroom op. Aan de rechterzijde zagen we een vrij grote nederzetting: een palmoliefrabriek opgekocht door een Canadese maatschappij. En dit was ook de geboorteplaats van Pierre-Denis Plisnier: Lokutu.

Na het ontbijt, inderdaad suikerwafels, omelet en oliebollen met smeerkaas of choco, heb ik de stalen van gisteren verder afgewerkt: etiketteren en parafilm aanbrengen. Reeds één 'Overtoombox' is vol met stalen voor diatomeeënonderzoek. De myxo’s die ik gisteren had ingezameld, en die niet meer in 'ons kapelletje' konden gedroogd worden, staan nu op het dak van de boot in volle zon te drogen. Straks help ik de botanisten (les supérieurs) met het sorteren van het herbariummateriaal: een pak voor Meise, een pak voor Yangambi en een pak voor Kisangani.

Maandag 24 mei

Staalname op de Aruwimirivier en enkele bijriviertjes samen met Koen Martens, Papi en Ernest (Congolese zoetwaterbiologen gespecialiseerd in macro-invertebraten). Na 5 minuten moest de prauw rechtsomkeer maken wegens problemen met de motor. De dag is goed begonnen! Maar uiteindelijk toch goed geëindigd: 32 stalen voor diatomeeënonderzoek kunnen nemen.

Zondag 23 mei

Vandaag met Pierre-Denis Plisnier op staalname. Samen in een prauw stroomopwaarts de Aruwimirivier. Iets over acht vertrokken en rond halféén terug. De rivier die ik eigenlijk wou bemonsteren hebben we niet gedaan: te ver, meer dan twee uur varen en Pierre-Denis wou rond de middag terug zijn voor de al de wateranalyses die hij moet uitvoeren.

Zaterdag 22 mei

Samen met Koen Martens en Henri-Victor Udar op stap. Dries Van den Broeck hebben we reeds in het begin achtergelaten (met zijn eigen gids) zo ongeveer bij de eerste boom die wij tegenkwamen. In het terugkeren vonden we Dries terug 12 bomen verder.

Vrijdag 21 mei

Met Klaas-Douwe Kijkstra, 'Kadé' voor ons, samen op staalname in een prauw. Ik was wel benieuwd om Kadé libellen te zien vangen vanuit de prauw! Twee riviertjes hebben we aangedaan, de Lohulu en de Lulu. Beide hebben zwart water in tegenstelling tot de Aruwimi waar het water bruin gekleurd is. Bovendien is er geen menging en is er een duidelijk scheiding te zien bij het opvaren van de zijrivieren. Op de Lulu kwamen we een andere prauw met expeditieleden tegen, nl. Koen Martens en co. Hij doopt mij 'de koningin van Sheiba' met Kadé als lijfwacht, rechtopstaand aan het voorplecht van de prauw, zijn groot vangnet in aanslag.

Donderdag 20 mei

Even afwisselen en vandaag op slijmzwammenjacht in een oude oliepalm- en rubberplantage samen met Henri-Victor Udar die zoals steeds zijn paddenstoelen allemaal samen in een plastiek zak opbergt. Als de zak vol is, begint hij aan de volgende plastiek zak.

Woensdag 19 mei

Na een nachtje slapen op de boot, de Aruwimirivier opgevaren en gestopt in Basoko. Wij mochten even aan wal. Daar heb ik even gepraat met de directeur van de meisjesschool (LO) en heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om een 'VODACOM' simkaart te kopen want 'ZAIN' heeft geen bereik in deze regio. Na het middageten zijn wij aangekomen in het dorpje Bomaneh, waar wij het tentenkamp hebben opgesteld verder van de boot verwijderd dan op de vorige plaatsen. Klein detail: juist naast een afgebakende plek dat het kerkhof bleek te zijn.

Verder van de boot betekent ook geen lawaai meer van de generator. Maar dan komen de andere nachtgeluiden hoorbaar. Neen, geen broussegeluiden maar gesnurk van een aantal expeditieleden. Dit tot grote ergenis van Bart Würsten en Steven Dessein die ’s nachts terug naar de boot verhuisden om te slapen.

Dinsdag 18 mei

Om kwart voor vijf vannacht was er enorm kabaal. De mediaboot heeft een prauw geraakt bij het vertrekken uit Kona. Enkele dorpsbewoners zijn uit hun hutten gesneld en er onstond een felle ruzie. De boten met de wetenschappers zijn rond 6 uur vertrokken. Tonton stond ons met zijn vrouw en zoontje Paul uit te wuiven. Voor ons vertrek heb ik hem het hoofdkussentje dat Myriam achtergelaten had, als cadeau gegeven.

Maandag 17 mei

Deze nacht is het terug beginnen regenen. En nog steeds geen mediaboot. Iedereen slaapt langer. Bart is als eerste op de boot en is druk doende met de Notebook, zoals gisteren gans de dag trouwens. Ondertussen is het 6 uur geworden en komt Bruno, onze Franse collega, erdoor. Ook de bemanning van de Go Congoboot is langzaam deze morgen (malembe malembe of als je liever Swahili hoort ipv Lingala: pole pole). De tafels zijn nog steeds niet gedekt.

Later op de dag: de Loika, een fantastische mooie rivier, opgevaren en er stalen genomen samen met Pierre-Denis Plisnier. Bij onze terugkomst in het tentenkamp was de mediaboot reeds aangekomen met een kersverse lading wetenschappers. Het zal even wennen worden.

Zondag 16 mei

Zondag rustdag. Ik heb het kalm aan gedaan. Mijn gegevens verder ingevoerd in de computer wat echter niet zonder slag of stoot ging. Blijkbaar is de informaticus in België vergeten 'Microsoft office' te installeren op de notebook en blijkt de gratische gebruiksperiode verstreken te zijn. Ik kan mijn bestanden openen maar niets intypen. Dan maar op de notebook voor de botanisten, aangekocht door en voor de expeditie, gewerkt.

Mijn foto’s bekeken en de slechte verwijderen kon wel nog. Alles per dag in een folder aangebracht. Aan werk zal het zeker niet ontbreken.

Vera heeft nog steeds buikpijn. Maar geen malaria: de test was negatief. Anne daarentegen testte wel positief. Onder de expeditieleden zijn er nu al 3 die positief getest zijn op malaria: ik als eerste, dan Emmanuel en nu ook Anne. Ondanks de 'Malarone' die we preventief nemen.

Ook de botanisten zijn er vandaag niet op uitgetrokken en doen het rustig aan. Stilte voor de storm want straks komt Steven Dessein eraan en die zal er zeker invliegen.

De mediaboot met de nieuwe lading expeditieleden (13 in aantal) wordt in de late namiddag verwacht. Maar ’s avonds om 20:30 is er nog geen boot te bespeuren. Het contact per sateliettelefoon lukt niet. Ik ben maar vroeg gaan slapen.

Zaterdag 15 mei

Afscheid genomen van 12 expeditieleden, waaronder Myriam. Met de mediaboot zijn ze afgevaren naar Bumba. Het werd toch een wat emotionele bedoening. Iedereen op de mediaboot om afscheid te nemen. En even later stond iedereen terug aan wal. Uiteindelijk zette de boot zich in beweging na het luiden van de scheepsbel. Aan wal zong ieder in zijn eigen taal een afscheidslied en zo lang we konden zwaaiden we de vertrekkenden na.

Het was opeens veel rustiger op de boot en een 'zee van ruimte' ondanks het vele opgestapelde materiaal. Met Vera de Itimbiro op pad om waterstalen te nemen, maar we zijn niet ver geraakt: een plensbui dwong ons rechtsomkeer te maken.

’s Nachts alleen in de tent. Het was wel even wennen zonder Myriam. Ook de Hollandse tentenknuffel voelde zich eenzaam: zijn tweelingsbroer was op terugweg naar België. Pas ergens in juni in Meise zullen ze elkaar terugzien.

Vrijdag 14 mei

Een ganse nacht geregend en onweer en nog steeds fikse regen bij het opstaan. Ploeteren door het slijk naar de boot voor een ontbijt met alweer zware, vettige oliebollen (gelukkig kunnen we er choco, confituur of smeerkaas van 'La vache qui rit' opsmeren). En natuurlijk ontbreken de omeletten met veel ajuin niet. We hopen op een afscheidsfeestje met wijn en snabbeltjes (grote dikke rupsen), want morgen laten 12 van onze expeditiegenoten ons in de steek om terug te keren naar luilekkerlandje België.

Donderdag 13 mei

Bij het krieken van de dag, hier reeds om 5 uur, waren Myriam en ik fris wakker en klaar om er weer in te vliegen. Terug het woud in, deze keer zonder de ‘botanists supérieurs’.  Weer een succesvolle myxomyceten-dag. Toch ook enkele plassen in het woud bemonsterd voor diatomeeën. Nu maar hopen dat er ook kiezelwiertjes aanwezig zijn, maar dat zal ik pas in België te weten komen.

Woensdag 12 mei

Een vermoeiende tocht gemaakt door het woud. Ongeveer een uurtje doorgestapt om in een ander gedeelte van het woud te komen. En, je gelooft het of niet, we zijn terug door het water gaan waden om er te geraken. Voor het aanzetten van de tocht is het er eindelijk van gekomen een groepsfoto van het botanische team te maken. Om 21:30 ging werd het lichtje gedoofd in het tentje van de Vlaamse cryptogamenvrouwen.

Dinsdag 11 mei 2010.

Eindelijk terug op het veld! Via een idyllische prauwtocht naar het regenwoud. De botanisten hebben hun hartje kunnen ophalen met het inzamelen. Maar ook voor Myriam was het terug een myxoparadijs. Alhoewel ze verwend begint te worden en liever andere soorten zou vinden dan de meer courante (hier in Congo wel te verstaan). Zelf water van een bron in het woud bemonsterd en natuurlijk ook het idyllisch riviertje.     

Maandag 10 mei 2010.

Bij het wakker worden waren we Basoko al voorbij en waren we op de Itimberirivier aan het varen. Een paar uurtjes aangelegd nabij een vissersnederzetting en met een prauw op verkenning gegaan naar een kampplaats. Dit is het dorpje Kona geworden, waar we even na de middag aankwamen. Tentjes opgezet onder een kapokboom. Net op tijd want een hevige tropische plensbui liet water met bakken uit het hemel vallen. Een tegenvaller: we hebben er geen GSM-bereik. Dus afgesloten van de rest van de wereld

Zondag 9 mei 2010.

Om 6u30 vertrokken uit het dorpje Yaekela op weg naar de volgende kampplaats langsheen de Itimberirivier. Dus een rustige dag varen op de immens wijde Congostroom. Tegen het middageten hebben de twee boten zich aan elkaar vastgemaakt zodat er ‘gebuurd’ kon worden. Dit werd ‘s avonds herhaald. Ze bleven de hele nacht aan elkaar gekluisterd terwijl we op de boten sliepen

Zaterdag 8 mei 2010.

Hopelijk mijn laatste uren op de persboot. Myriam is terug op pad om voor mij stalen te nemen in een bijriviertje stroomopwaaarts en voor het zoeken naar nog meer Myxomycetes. Van het hevige onweer deze nacht heb ik niets gehoord. Goed geslapen, maar niet alleen: een grote kakkerlak heeft mij gezelschap gehouden.

Vrijdag 7 mei 2010.

Ben nog steeds op de persboot met verbod om op terrein te gaan. Dus Myriam aan het werk gezet om diatomeeënsstalen te nemen in de Congstroom. Haar tochtje van gisteren met de motor heeft de andere expeditieleden wakker geschud. Iedereen wil nu per motor erop uit trekken. Zo ook onze botanisten.  Met zijn zevenen (Bart, Alexandra, Camille, Christophe, Elasi, Jean-Pierre en Jean-Bosco) zijn ze vertrokken, in verschillende ritjes gezien er maar twee motos beschikbaar zijn. De sleutels van de andere twee motors zijn toevallig met de duwboot van de pers mee naar Kisangani.

Donderdag 6 mei 2010.

Deze nacht gelukkig goed geslapen.  Ik voel me al stukken beter, maar als ik wil rondlopen is het net alsof ik op een boot zit midden op zee in volle storm. Ook mijn gehoor is niet alles, als onder water. Dit komt door de kinine die ik moet nemen. Gelukkig betert dit in de loop van de dag. Maar lang opstaan zit er nog niet in. Ik kan vergeten om morgen de brousse in te trekken. Gelukkig was het voor Myriam een goede dag. Samen met Victor zijn ze per motor naar een vermoedelijk primair woud gereden. En het slijmzwammenparadijs blijft duren.

Woensdag 5 mei 2010.

Vandaag heb ik mijn team in de steek gelaten. Na een slapeloze nacht en behoorlijk ziek zijnde, gaf de malariatest positief voor Plasmodium falsiparum. Gezien het mijn eerste aanval is, werd er geen risico genomen en heb ik twee spuiten kinine toegediend gekregen. Gelukkig dat er een dokter mee is op de expeditie! Maar vreemd genoeg klopt mijn aanval niet met de incubatietijd. Te vroeg. Een positief aspect: ze hebben mij ondergebracht in één van de containers met airco op de boot van de pers. Dus niet op pad met de VRT die 2 Vlaamse vrouwen wou filmen wadend in het moerasbos.

Dinsdag 4 mei 2010.

Een rustige voormiddag met het verwerken van het materiaal, het opstellen van een tweede droogoven voor het drogen van paddenstoelen die Victor Udar inzamelt. Victor is de Congolese paddenstoelendeskundige. In de namiddag terug het woud in achter het dorp Yaekela, vergezelgd van een Massi, een Italiaanse insectenspecialist. Voor Myriam blijven de slijmzwammen maar komen! Zelf nog een plas in een moerasbos bemonsterd. Tegen halfelf kon ik uiteindelijk in ons tentje kruipen om te slapen, want ik was doodmoe.

Maandag 3 mei 2020.

Een fantastische dag! Jammer dat de persploeg er niet bij was want het was spectaculair. Als voltallig botanisch team zijn we op stap gegaan. Eerst een breed pad door 2 dorpjes en dan het bos in waar het pad modderig werd. Daarna een ondergelopen pad waar we trachtten droog door te komen. Dit lukte niet en onze kousen werden nat. Maar dit was maar klein bier vergeleken met wat daarna kwam! Bijna de hele dag hebben we kniehoog en soms zelf tot juist onder de onderbroekzone gewaad. Voor het eerst in haar leven heeft Myriam slijmzammen ingezameld staande in het water. Dit had wel enkele voordelen: minder bukwerk om in te zamelen en bovendien verfrissend. Ons team vormde een belangrijk deel van het avondgesprek: we werden bestempeld als de 'echte, onverschrokken' wetenschappers. De journalist van de VRT werd nieuwsgierig naar deze belevenissen en normaal gezien zullen we woensdag samen gaan waden in het moerasbos. Tegen dan zijn onze bottines hopelijk terug droog.

Zondag 2 mei 2010.

De eerste inzameldag. Dus verkenning in omgeving in de buurt van het  tentenkamp, dat zich midden in een dorpje bevindt. Myriam was de hemel te rijk na een korte trektocht kwam ze op een plaats waar tal van slijmzwammen groeiden.  Voor mijn eigen onderzoek heb ik verschillende stalen genomen in verschillende habitats. Udar, de Congolese mycoloog, vergezelde ons. Hij werkt op boomzwammen en kon ook heel wat materiaal inzamelen.

Zaterdag 1 mei 2010.

De grote dag is aangebroken: we vertrekken nu echt op expeditie en varen de Congostroom af. De dag ervoor was reeds een gedeelte van het kamp opgetrokken vijfentwintig km voorbij Yangambi. Leuk weerzien van de andere gestranden van Schiphol de week ervoor en een eerste kennismaking met onze Congolese partners. Tentje opzetten en Myriam en ik hebben terug een dak boven ons hoofd.

Vrijdag 30 april 2010.

Na een overstap in Nairobi (Kenia) eventjes voor de middag in Kisangani aangekomen waar we van een zeer goede ontvangst konden genieten. Ik had echt het gevoel als VIP behandeld te worden.  Alles werd geregeld door de mensen van UNIKIS (Universiteit van Kisangani). Myriam en ik deelden een kamer in hotel Palm Beach. Onze kamer was pas geverfd, dat kon je nog goed ruiken! Een kijkje nemen naar de boten die in de haven aangemeerd lagen, een avondmaal –platgereden kip met frieten- en dan eindelijk in bed.

Donderdag 29 april 2010.

Eindelijk goed vertrokken. Met de trein naar Schiphol. Deze maal vertrok het vliegtuig naar Nairobi zonder problemen.

 

Woensdag 28 april

Hopelijk wordt dit de laatste werkdag in Meise deze maand.

Vanavond hoef ik alvast niet meer te pakken. Mijn bagage staat al een week klaar.

“Tunataka sana kuona Kisangani”.

Dinsdag 27 april

De 8 expeditieleden, Piet en Wouter zijn goed aangekomen in Kisangani.

In de namiddag heb ik een mailtje ontvangen van Koeki: op donderdag moeten we de trein naar Schiphol nemen. Vlucht naar Nairobi vetrekt om 20u40, dus dezelfde tijd als vorige week. Koeki is nog aan het onderhandelen om voor Olivier een plaatsje te krijgen op de vlucht van donderdag.

 

Maandag 26 april

Normaalgezien zou vandaag de afvaart van de Congostroom starten. In plaats daarvan zitten Myriam, Bart en ik in Meise te werken.

En Murphy loert nog steeds om de hoek. Olivier kon gisteren niet vertrekken. Hij is jammer genoeg ziek geworden. Hopelijk is hij tegen donderdag volledig hersteld en... is er nog een mogelijkheid om een plaatsje voor hem te bemachtigen op het vliegtuig van donderdag.

Zondag 25 april

Koeki stuurt naar iedereen een mail met de laatste ontwikkelingen. Olivier en Alexandra mogen morgen vertrekken. Myriam, Bart en ik moeten tot donderdag wachten. 

Zaterdag 24 april

Om 9 uur 's avonds nog een telefoontje van Koeki van het Afrikamuseum ontvangen die druk bezig is met de herboekingen. Maandagmorgen zal ik tussen 9 en 10 uur verwittigd worden of er nog plaats is op de vlucht om toch nog op maandag te vertrekken. Spannend...

 

Vrijdag 23 april

Om 7 uur stipt wakker geworden. Na het ontbijtbuffet gingen wij met de pendelbus van 8u30 terug naar de luchthaven om onze bagage op te halen. Bij de herboeking hadden ze het nummer van de bagage genoteerd om die uit het vliegtuig te kunnen halen. Toen Jos Snoeks de groep telde bleek er iemand te ontbreken: Jacky (linguïst verbonden aan het Afrikamuseum). Deze zou de pendelbus een half uur later nemen en ons vervoegen op de luchthaven). In de luchthaven met zijn allen, min Jacky, naar de bagageafdeling waar wij via een sluis en het tonen van een vliegtuigticket en ons paspoort in de aankomsthall van de bagage geloodst werden. Op zoek naar de band waar onze bagage zou staan, en werkelijk alles stond naast de band geplaatst. Iedereen vond zijn/haar bagage, en samen met die van Jacky via de douane  naar buiten. Zo ver waren we al. Jos is dan tickets gaan kopen voor de trein naar Brussel. Vertrek op perron 5 of 6. De trein had meer dan 50 minuten vertraging. Wij hadden ons strategisch opgesteld op een lange rij langsheen het perron om toch maar op de trein te kunnen stappen. Met al het materiaal dat bestemd was voor Yangambi was dit niet evident. Iedereen heeft een zitplaats gevonden, maar de bagage was problematischer. Als je klein bent is het niet gemakkelijk om een zware zak op het bagagerek te plaatsen. De trein kwam overvol te zitten bij de tussenstops. Ik heb mijn voeten op mijn bagage geplaatst, Myriam is uiteindelijk opgestaan en heeft haar plaats afgestaan aan een Nederlands koppel, die toch betaald hadden om te kunnen zitten!

In Antwerpen-Centraal ben ik overgestapt, samen met Bert Van Bocxlaer (UGent) op de trein naar Gent St.-Pieters. Myriam reed verder tot Mechelen waar haar ouders haar kwamen afhalen. De rest zou in Brussel-Zuid afstappen van waar Francis, de chauffeur van de Plantentuin, de pakken voor Yangambi zou terugbrengen naar Meise.

Terug naar start, zoals bij Monopolie. En iedereen was ervan overtuigd dat dit een zeer goede oefening voor teambuilding zou zijn. Alleen jammer dat wij niet in Congo geraakt zijn. Nu afwachten op onze volgende vlucht op maandag of donderdag en vanuit??? Brussels Airport of Amsterdam Airport. Dat zullen we wel op zondag of maandagmorgen te weten komen.

 

Donderdag 22 april

Rond 12u30 waren de meeste deelnemers van het eerste gedeelte van de expeditie present in de vertrekhal van Brussels Airport. Voor het team van de Nationale Plantentuin waren dit Myriam de Haan (met de wagen naar de luchthaven gebracht door haar ouders – belangrijk moment want voor haar is dit de eerste trip naar Afrika, en dan direct naar de Heart of Darkness!); Olivier Lachenaud; Bart Würsten (vergezeld door zijn vrouw Petra die hem kwam uitwuiven); Alexandra Ley (van de ULB maar ook behorende tot het botanisch team) en ikzelf.

Piet Stoffelen en Wouter Roelandt, 2 plantentuinmedewerkers die 2 weken in het Herbarium van Yangambi gaan werken, zouden ons vervoegen in Schiphol. Hun vlucht was drie uur later, maar de rest van de reis (Amsterdam-Kisangani) zou samen verlopen. Wij hadden alvast materiaal voor Yangambi mee (stabilisator, bristolpapier) daar wij het toegelaten gewicht niet zouden bereiken.

Onder leiding van Jos Snoeks van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika werd er gezamelijk en zonder enig probleem ingecheckt. Dan de paspoortcontrole door, waarna de groep zich verspreidde.

Myriam, Olivier en ik hebben samen nog iets gegeten en/of gedronken. Dan een kleine wandeling naar gate 57, onze vertrekplaats. Daar stond aangekondigd dat het vertrek plaatsvond aan gate 58, aan de andere zijde van de vertrekhal. Het vliegtuig in en na een korte vlucht met een vruchtsapje (sudderans) en een koekje, veilig en wel geland in Schiphol. Daar hadden we meer dan 4 uur voor de reis zich verder zou zetten. Een groepje van vier, onder leiding van de Nederlandse libellenspecialist Klaas-Douwe, hebben geopteerd om eventjes Leiden te bezoeken. Alexandra was één van hen. Zoals op voorhand afgesproken gingen Myriam en ik op zoek naar een “Hollandse tentenknuffel” die ons als mascotte op de expeditie zou vergezellen. Het zijn twee kikkers geworden (alvast één amfibie die op de Congo-expeditie zal gevonden worden en misschien zelfs een nieuwe soort).

Voor de paspoortcontrole nog een nieuwe Ficussoort ontdekt. In een grote plantenpot stond een boom waarvan ik dacht dat het een Ficus was. Bart was ervan overtuigd dat het geen Ficus was, maar op de vraag welk genus moest hij het antwoord schuldig blijven. Gezamelijk besloten we dat het een nieuwe soort betrof die we de naam Ficus aerodromus gegeven hebben.

Eindelijk was het dan zover dat we in het vliegtuig van Kenyan Airlines mochten instappen en allen onze plaats konden innemen. Iedereen was goed geinstalleerd toen de kapitein de melding maakte dat wij niet konden opstijgen: er was een lek in de benzinetank! Wij zouden die avond niet meer vertrekken en we moesten een nachtje op hotel. Een lijdensweg is dan begonnen. Er werd reeds geopperd om de tekst op onze T-shirt (Boyekoli Ebale Congo 2010) te veranderen in Boyekoli Ebale Lijden 2010. Jos Snoeks heeft getracht zo goed mogelijk de herboeking te regelen. Maar dat is niet zonder slag of stoot gegaan. De vlucht die op vrijdag zou vertrekken gaf voorrang aan passagiers met eindbestemming Nairobi. Ons groot probleem was dat wij naar Kisangani moeten en de vlucht Nairobi-Kisangani zit overvol tussen Nairobi en Entebbe. De KLM-man achter de balie die de boekingen moest verzorgen had nog nooit van Kisangani gehoord en wist absoluut niet waar het gelegen was. Uiteindelijk stonden we al met vier voor de balie (Piet, die zeer goed op de hoogte is van de vluchtroute Nairobi-Kisangani, Jos, Patrick Grootaerts en ikzelf). De boardingtickets moesten afgegeven worden om de overboeking te kunnen uitvoeren. Er bleek er eentje te ontbreken: Bart had het zijne in het vliegtuig laten liggen. Gelukkig bleek dit toch geen extra probleem te zijn. Na lang onderhandelen werden er dan 9 tickets voor de vlucht van maandag uitgeschreven (er waren niet meer plaatsen vrij), de rest van de groep zou pas op donderdag vertrekken, dus een week later dan gepland!  Tijdens het lange wachten heeft iedereen een flesje water (spa blauw) gekregen. Maar van eten was er geen sprake.

Dan naar de balie voor de hotelreservering. Ook een hele klus voor 20 man, die elk een éénpersoonskamer zouden krijgen. Ondertussen werden er pakketjes uitgedeeld, niet met eten maar een toiletzakje. Tegen middernacht eindelijk in het hotel waar er gelukkig nog een avondmaal gegeven werd. Zeer lekker buffet met een goed glaasje wijn. Geen overbodige luxe, want ik had niet meer gegeten sinds mijn ontbijt thuis.

Tegen halftwee lag ik eindelijk in bed waar ik als een blok in slaap ben gevallen.

 

Het logo van de Nationale Plantentuin van België Even voorstellen | Opdracht | Geschiedenis | Vacatures | Vrijwilligers | Partners | Contact | © 2012 Nationale Plantentuin van België   Facebook Twitter Youtube Flickr Newsletter